Een vrouw van 61 jaar kreeg een hersenstambloeding in 2010. Zij was daardoor halfzijdig verlamd, bedlegerig, kon ook niet goed meer slikken en haar ogen niet focussen. Zij kon hierdoor niet meer lezen of televisie kijken. Voor haar was haar lijden ondraaglijk en uitzichtloos. Haar huisarts heeft ervaring met euthanasie, maar alleen bij mensen met een terminale aandoening. Hij wil wel graag bij het traject betrokken blijven. Voor het team is de wens goed invoelbaar. Na enkele gesprekken met patiënte, familie, partner en eigen huisarts is een SCEN consult aangevraagd. De SCEN arts oordeelt dat aan alle zorgvuldigheidscriteria is voldaan, maar heeft persoonlijk veel moeite met de Levenseindekliniek, wat zij in een toevoeging aan haar rapportage meldt. In aanwezigheid van de naasten en de eigen huisarts heeft de Levenseindekliniekarts de euthanasie uitgevoerd en gemeld. De huisarts geeft in het telefonisch contact een week later aan dat hij het een volgende keer zelf wel aandurft. Hij prijst het team voor haar zorgvuldigheid.
De Regionale toetsingscommissie euthanasie oordeelde dat in deze casus zorgvuldig is gehandeld (overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2 lid 1 van de wet Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.
