Levenseindekliniek wil af van de term ‘onzorgvuldig’

De Levenseindekliniek wil met de toetsingscommissies euthanasie in gesprek over het gebruik van de term ‘onzorgvuldig’. Deze term wekt ten onrechte de indruk dat er onnauwkeurig wordt gewerkt. Ook als het gaat om procedurele onvolkomenheden in een verder vlekkeloos verlopen euthanasieproces. De toetsingscommissies euthanasie geven in hun oordeel alleen een  ‘zorgvuldig’ of ‘onzorgvuldig’, een tussenoordeel is er niet.

In de NRC van woensdag 18 maart 2015 zeggen de toetsingscommissies begrip te hebben voor het bezwaar, en hierover met de Levenseindekliniek in gesprek te willen gaan.

De Levenseindekliniek reageert op het jongste oordeel over de euthanasie van een 90 – 95 jarige vrouw. De Levenseindekliniek betreurt het dat ze de toetsingscommissies niet heeft kunnen overtuigen dat aan alle zorgvuldigheidscriteria is voldaan. Ze blijft echter volledig achter de euthanasie op deze hoogbejaarde vrouw staan.

Voortrekkersrol

De Levenseindekliniek vervult een voorstrekkersrol in de euthanasiepraktijk. Ze richt zich vrijwel uitsluitend op complexe euthanasieverzoeken (psychiatrische patiënten, mensen met dementie en niet-terminale ziekten). Omdat ook de toetsingscommissies daarop vooral hun aandacht richten, liggen al onze casussen onder een vergrootglas.

Door haar voortrekkersrol loopt de Levenseindekliniek vaker tegen een ‘onzorgvuldig’ aan dan het landelijk gemiddelde. Ze herkent zich echter absoluut niet in de beeldvorming die dit met zich meebrengt. ,,We zijn ervan overtuigd dat we altijd zorgvuldig handelen. Er is bij ons geen enkele twijfel over de hulp die wij geven aan mensen met een euthanasieverzoek’’, aldus de directeur van de Levenseindekliniek Steven Pleiter.

In  het specifieke geval van de vrouw van tussen de 90 en 95 jaar oud oordeelde de commissie dat ze ondraaglijk leed, en ook aan andere criteria voor euthanasie voldeed. De vrouw had al zestig jaar een chronisch darmprobleem, had keel- en slikklachten en leed aan toenemende slechtziendheid. Ze at vrijwel niets meer en sloeg behandelvoorstellen af. Ze weigerde het advies van haar huisarts en de arts van de Levenseindekliniek op te volgen om een geriater te bezoeken.

Onvoldoende onderbouwing

De toetsingscommissie meent dat ze door de geriater af te wijzen geen inzicht had in haar ziektebeeld en daardoor geen weloverwogen besluit kon nemen. De arts van de Levenseindekliniek had meer op dat onderzoek moeten aandringen alvorens euthanasie te geven. Nu stond niet vast of er daadwerkelijk geen redelijke alternatieven waren, aldus de toetsingscommissie. De Levenseindekliniek respecteerde het recht van deze hoogbejaarde vrouw om nader onderzoek te weigeren.

Nadere bestudering leert dat de dossiervorming een belangrijke rol heeft gespeeld bij het oordeel van de toetsingscommissies. Deze bood onvoldoende onderbouwing voor de afwegingen die uiteindelijk gemaakt zijn. De Levenseindekliniek trekt zich dat aan. Op een uitvoerige verslaglegging en dossiervorming wordt nadrukkelijk toegezien. De wijze waarop de dossiers zijn samengesteld, zegt echter niets over de zorgvuldigheid waarmee deze euthanasie is gegeven.

Van de 450 tot nu toe gehonoreerde euthanasieverzoeken zijn wij in vier gevallen niet in staat geweest om de toetsingscommissies te overtuigen van de zorgvuldigheid die betracht is. Gezien de complexiteit van de hulpvragen aan de Levenseindekliniek zien wij dat aantal eerder als een bevestiging van onze zorgvuldigheid dan als bewijs van het tegendeel.