Artsen, meld uw patiënt tijdig aan bij de Levenseindekliniek

Een wanhopig telefoontje van een vervangend huisarts. De collega is op vakantie en een in doodsnood verkerende patiënt vraagt om euthanasie. De vervanger heeft daar geen ervaring mee, kent de patiënt nauwelijks of heeft principiële bezwaren tegen euthanasie. Of de Levenseindekliniek in actie wil komen.

Dat wil de Levenseindekliniek wel, maar met frisse tegenzin. Want hoe kon het zover komen dat op stel en sprong euthanasie moet worden verleend aan iemand wiens dood er al langer zat aan te komen? Zoals bij die 90-jarige vrouw met darmkanker. Haar arts voelde zich zo zwaar belast door vakantie van een collega dat hij haar euthanasie er niet nog bij kon hebben. Acht dagen na haar aanmelding en na spoedconsultatie van een SCEN-arts krijgt ze euthanasie van de Levenseindekliniek.

Of die 58-jarige vrouw met uitgezaaide borstkanker die al in 2013 haar euthanasiewens uit bij haar arts. Twee jaar later moet ook zij met een spoedprocedure uit haar lijden worden verlost. Haar arts wilde wel palliatieve sedatie geven, maar geen euthanasie.

In  beide gevallen werd in minder dan tien dagen aan de hulpvraag voldaan. Na inzage in de dossiers, huisbezoeken, gesprekken met de patiënt, consultatie van een SCEN-arts en soms nog inschakeling van een geestelijk verzorger. Een fysiek en emotioneel enorm belastende operatie voor zowel onze medewerkers als de patiënt zelf.

Het zou niet zo erg zijn als het hier om een uitzondering ging. Maar het aantal euthanasieën dat met spoed moet worden uitgevoerd neemt steeds meer toe. Het houdt gelijke tred met de groei van het aantal patiënten met kanker dat zich bij ons meldt. Was in 2013 nog maar 14 procent van de mensen die euthanasie bij ons kregen kankerpatiënt, in de eerste helft van dit jaar is dat al 31 procent. Terwijl kankerpatiënten van alle euthanasieverzoekers toch op het meeste begrip kunnen rekenen van hun arts, vormen ze ook een steeds groter deel van onze patiënten.

In de meeste gevallen gebeurt de aanmelding op tijd, en in goed overleg. Er zijn echter ook artsen die de euthanasie maar voor zich uit schuiven. Of wel zeggen deze te willen geven, maar het op het laatste moment toch niet over hun hart kunnen krijgen. Of die het meer een taak vinden van de Levenseindekliniek, zonder ons of hun patiënt daarvan op de hoogte te stellen.

In die gevallen ontstaat er een noodsituatie, niet toevallig juist als de arts op vakantie is. De Levenseindekliniek mag redderen. Omdat het aantal mensen dat bij de Levenseindekliniek werkt beperkt is dreigt de euthanasie van andere patiënten in gevaar te komen. Euthanasie is immers niet zomaar iets. Het vergt veel van onze medewerkers en we weigeren hen vaker in te zetten dan ze emotioneel aan kunnen.

De oplossing is simpel. Zodra een arts weet van de euthanasiewens van zijn patiënt zou hij bij zichzelf te rade moeten gaan: kan ik dit wel of niet? Zoniet, dan moet een collega worden gezocht die het wel kan. Lukt ook dat niet, dan is er de Levenseindekliniek. Door die tijdige aanmelding kan de Levenseindekliniek in alle rust het verzoek beoordelen, een band opbouwen met de patiënt en deze een zachte dood bezorgen. En blijven noodprocedures achterwege. Zodat eigenlijk onverenigbare termen als ‘spoed’ en ‘euthanasie’ ook niet meer in één woord gebruikt hoeven worden.

S Pleiter 07_Portret S Steven Pleiter, directeur Levenseindekliniek

Zie ook het artikel in NRC van 24 juli 2015, klik hier