Levenseindekliniek maakt andere afweging dan toetsingscommissies euthanasie

De Levenseindekliniek heeft met aandacht kennis genomen van de uitspraak van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) inzake de euthanasie van een Parkinson-patiënt. Uiteraard respecteert de Levenseindekliniek dat de RTE achteraf een andere afweging maakt dan wij ten tijde van de euthanasie.

Onze arts was getroffen door de hartverscheurende situatie waarin de patiënt zich bevond en vond dat op grond van diens lijden zo snel mogelijk gehandeld moest worden. Inschakeling van een psychiater en neuroloog had, gezien ook het verzet van patiënt tegen nieuwe therapieën, geen meerwaarde meer. Daarbij speelt mee dat deze patiënt al twee keer eerder zonder resultaat zeer belastende therapieën had ondergaan.

Centraal in deze casus staat de beoordeling van de arts dat patiënt ‘helemaal op was’. Onze arts, die jarenlang in een verpleeghuis werkte en daar veel ervaring met Parkinson-patiënten opdeed, zag nooit eerder een zo dramatisch beeld van deze ziekte als bij deze patiënt: intens bewegend, uitgeput en wanhopig. De RTE zou, indien zij zelf getuige was geweest van dit ziektebeeld, mogelijk tot een zelfde beoordeling zijn gekomen, aldus onze arts. Diens oordeel werd gedeeld door de SCEN-arts.

De RTE komt tot een andere conclusie dan onze arts. Dat is inherent aan de euthanasiewet, die je niet precies langs een liniaal kunt leggen, maar waarvan de toepassing afhankelijk is van de beoordeling van de arts van deels persoonlijke factoren, zoals de fysieke en psychische toestand van de patiënt. Het oordeel van de RTE zullen wij nauwkeurig bestuderen en zien wij als een aansporing om gezamenlijk met haar te blijven streven naar een uiterst zorgvuldige euthanasiepraktijk.