Levenseindekliniek: ‘eenvoudige’ euthanasie vaker door eigen arts (of vervanger) van patiënt

– PERSBERICHT – 

De Levenseindekliniek wil overleg met de beroepsgroep van artsen over euthanasie aan mensen met een terminale ziekte. Dit zei directeur Steven Pleiter donderdagavond 23 maart in een uitzending van Nieuwsuur (NPO2). De Levenseindekliniek wil zich als expertisecentrum euthanasie vooral concentreren op complexe verzoeken, zoals van mensen met dementie, psychiatrische klachten of een stapeling van ouderdomsklachten. Nu krijgt ze ook nog veel relatief eenvoudige verzoeken, die eigenlijk door de eigen (huis)arts van de patiënt vervuld zouden moeten worden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om mensen met uitbehandelde kanker.

Van  de verzoeken om euthanasie aan de Levenseindekliniek is zo’n twintig procent van niet-complexe aard. De Levenseindekliniek vindt dat de eigen arts van de patiënt of een vervanger daarvoor de verantwoordelijkheid moet nemen. Als voorbeeld verwijst zij naar het Hoogeveens model, waarin een groep artsen die geen euthanasie wil geven doorverwijst naar collega’s die zich daartoe wel bereid hebben verklaard. Directeur Steven Pleiter meent dat een dergelijk model landelijk ingevoerd kan worden.

Het aantal patiënten met een euthanasieverzoek dat zich bij de Levenseindekliniek meldt groeit sterk. Dit jaar worden zo’n 2500 aanmeldingen verwacht. Voorwaarde voor aanmelding is dat de eigen arts van de patiënt eerst nee heeft gezegd tegen het euthanasieverzoek. Meestal gebeurt dat vanuit principiële overwegingen. De indruk bestaat dat artsen soms ook nee zeggen omdat ze weten dat de Levenseindekliniek het verzoek dan over neemt. Daardoor komt de hoofdtaak waarvoor de Levenseindekliniek werd opgericht, euthanasie mogelijk maken voor psychiatrische patiënten, dementerenden en ouderen met veel gezondheidsklachten, in gevaar.

De Levenseindekliniek stelt als expertisecentrum zelf artsen en verpleegkundigen beschikbaar aan artsen die om een of andere reden worstelen met een euthanasieverzoek. Deze consulenten euthanasie werden vorig jaar 66 keer geconsulteerd. Ook zijn er lesmodules ontwikkeld voor scholing van artsen in beoordeling en uitvoering van euthanasieverzoeken.


Klik hier voor de pagina van Nieuwsuur en het Levenseindekliniek onderdeel van donderdag 23 maart 2017.


FACTSHEET (bijlage)

Het aantal hulpvragen bij de Levenseindekliniek nam in 2016 toe tot 1796, een stijging van 46% ten opzichte van 2015 (1234 hulpvragen). Ook het aantal verzoeken dat ingewilligd kon worden nam toe. In 2016 betrof dit 498 gehonoreerde verzoeken. 36 procent meer dan in 2015 (365 gehonoreerde hulpvragen).

Bij de hulpvragen ging het bij 27% om een verzoek met psychisch lijden, 20% kanker, 13% een stapeling van ouderdomsklachten en 30% een andere somatische aandoening. In vrijwel alle gevallen is de reden voor het stellen van de hulpvraag aan de Levenseindekliniek dat de behandelend arts of twijfelt over de wettelijke zorgvuldigheidscriteria  of te weinig ervaring heeft met het specifieke euthanasieverzoek. Alleen bij de patiënten met kanker is het merendeel van de behandelaars om principiële redenen niet in staat de patiënt te helpen.

Van de gehonoreerde verzoeken leed 30% van de patiënten aan kanker. Bij één op de vier patiënten was er sprake van een opeenstapeling van ouderdomsklachten. Eén op de tien patiënten leed aan dementie. Bij 46 patiënten was sprake van psychisch lijden, dat is 9% van alle gehonoreerde verzoeken. De resterende 28% van de patiënten had een andere lichamelijke aandoening. Dan kan gedacht worden aan een aandoening van het zenuwstelsel, een hart- en vaatziekte en ernstig longlijden.

Van alle hulpvragen waarvan de Levenseindekliniek in 2016 het onderzoek afsloot, werd 31% gehonoreerd. In 6% werd het verzoek teruggegeven aan de behandelend arts, omdat deze zelf het euthanasieverzoek ging uitvoeren of omdat er alleen nog palliatief behandeld kon worden. Een aantal hulpvragers overleed voordat de Levenseindekliniek het onderzoek kon afronden. Het betrof hier 12% van de hulpvragen. Soms gebeurt dit kort voordat euthanasie wordt gegeven.

Eén op de vier hulpvragen moet worden afgewezen omdat er niet aan de wettelijke zorgvuldigheidscriteria wordt voldaan. Ook ongeveer één op de vier hulpvragen wordt om een andere reden afgesloten. Bijvoorbeeld omdat de hulpvrager het verzoek intrekt, of geen machtiging wil afgeven voor inzage in het medisch dossier.