Berisping arts toont complexiteit euthanasie bij gevorderde dementie

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag heeft vandaag een berisping gegeven aan een arts die euthanasie heeft verleend aan een wilsonbekwame patiënte met dementie. Het college oordeelde dat de schriftelijke wilsverklaring tegenstrijdigheden bevatte en daarom niet meegewogen kon worden in de beoordeling door de arts. Ook vond het college dat de arts ondanks dat de patiënte niet wilsbekwaam was, had moeten proberen de uitvoering van de levensbeëindiging van tevoren met haar te bespreken.

Steven Pleiter, bestuurder van de Levenseindekliniek, noemt de maatregel heftig. “Ik ben ervan overtuigd dat de arts gehandeld heeft vanuit de behoefte om een patiënte te helpen die in een situatie verkeerde waarin zij niet wilde zijn.”
Volgens het tuchtcollege sprak ten gunste van de arts haar open en toetsbare houding en het uitgebreide onderzoek dat zij had gedaan voorafgaand aan de euthanasie.
Steven Pleiter: “Voor ons maakt deze uitspraak nog eens extra duidelijk hoe complex euthanasie bij gevorderde dementie is. Zodra iemand met dementie niet meer wilsbekwaam is, wordt het inwilligen van een euthanasieverzoek bijna onmogelijk.”

De Levenseindekliniek werkt zorgvuldig, binnen de kaders van de wet. Zij volgt deze juridische ontwikkelingen op de voet om te bepalen of zij haar werkwijze nog verder kan aanscherpen.
“De euthanasiewet in Nederland functioneert uitstekend”, aldus de bestuurder. “In 99,8% is een toetsingscommissie net als de arts van mening dat er zorgvuldig wordt gewerkt. Euthanasie bij mensen die niet meer wilsbekwaam zijn, vormen een uitzondering. Met deze zaak wordt nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is dat mensen met een euthanasiewens bij dementie op tijd met hun arts hierover spreken en dat ook artsen open en tijdig met patiënten praten over het levenseinde.”