Helderheid over de wilsverklaring

229 hulpvragers hebben sinds het bestaan van de Levenseindekliniek via onze organisatie euthanasie gekregen op grond van dementie. Slechts incidenteel was een wilsverklaring noodzakelijk om duidelijkheid te verschaffen of het een vrijwillig en weloverwogen verzoek betreft. En maar een enkele keer betrof het een demente patiënt die wilsonbekwaam geworden was. Vanuit de Levenseindekliniek dringen wij erop aan dat mensen met dementie die voor euthanasie in aanmerking willen komen zo vroeg mogelijk over hun wensen met hun behandelend arts in gesprek gaan, zodat zij samen het moment kunnen vinden om euthanasie uit te voeren.

Sinds de start van de Levenseindekliniek in 2012 tot en met de eerste zes maanden van 2018 hebben 731 mensen euthanasie aangevraagd omdat zij leden aan dementie. Deze hulpvragers willen niet in de situatie komen dat zij hun naasten niet meer kennen, in een gesloten afdeling moeten verblijven, hun decorum verliezen en voor algemene dagelijkse levensbehoeften geholpen moeten worden. Op het moment dat het zover is, willen zij in aanmerking komen voor euthanasie. De wilsverklaring, een document waarin iemand zijn wensen rondom een zelfgekozen levenseinde aangeeft, speelt hierbij een belangrijke rol. De laatste tijd is er veel discussie ontstaan over het nut van dit document, mede door een uitspraak van het Tuchtcollege in Den Haag in een zaak waarin de wilsverklaring onduidelijk was en tegenstrijdigheden bevatte.

Inzicht in denkwijze

Onze ervaring is dat bij de meeste euthanasieverzoeken de hulpvrager prima in staat is zijn wil te verwoorden. De teams van de Levenseindekliniek gaan daarvoor uitgebreid met de patiënt in gesprek. Toch is de wilsverklaring een nuttig document. En niet alleen bij een euthanasieverzoek op basis van euthanasie. Een wilsverklaring geeft inzicht in hoe de patiënt bij het opschrijven van de wilsverklaring dacht over euthanasie en het lijden dat voor hem (of haar) ondraaglijk is. Het helpt dus om inzicht te geven in de denkwijze van de patiënt. Ook de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie hechten waarde aan een wilsverklaring in het dossier dat zij ter beoordeling ontvangen. Het document moet echter wel duidelijk zijn en mag geen tegenstrijdigheden bevatten. Ook is het belangrijk om de verklaring regelmatig met de huisarts te bespreken en up-to-date te houden.

Geen vrijbrief

De wilsverklaring is geen vrijbrief voor euthanasie. Wij horen vaak: “Ik heb een duidelijke wilsverklaring waar niets op aan te merken is. Ik wil euthanasie als ik in de eerder beschreven situatie kom, net na het verliezen van mijn wilsbekwaamheid”. Zo werkt het echter niet. Het is geen testament dat uitgevoerd moet worden, het blijft een verzoek aan een arts, die zelf bepaalt of hij dat verzoek kan honoreren. Daar komt bij dat een goede wilsverklaring alleen niet genoeg is. Ook de andere wettelijke eisen, zoals uitzichtloos en ondraaglijk lijden, blijven van kracht.

Gedragsveranderingen

Dementie veroorzaakt gedragsveranderingen. Wij zien vaak dat een demente persoon met het verliezen van de wilsbekwaamheid ook de doodswens kwijtraakt. Als hij gevraagd wordt naar zijn euthanasiewens is het antwoord met regelmaat: “Dood, hoezo dood, ik wil helemaal niet dood”. In zo’n situatie is er geen enkele arts in Nederland die zegt: “Kijk eens: hier is het opgeschreven, nu niet zeuren, ik ga het uitvoeren”. Ook niet bij de Levenseindekliniek.

De praktijk leert dat arts en patiënt samen moeten zoeken naar het juiste moment voor de euthanasie, een moment dat zo dicht mogelijk bij de situatie ligt waarin de patiënt niet terecht wil komen en waarin hij nog wel wilsbekwaam is met betrekking tot het euthanasieverzoek. Voor velen voelt dit ‘net te vroeg’ aan, maar het is de realiteit dat als de patiënt eenmaal wilsonbekwaam is het zo goed als onmogelijk is om nog euthanasie te krijgen. Ook met een wilsverklaring. Zonder wilsverklaring is het zelfs uitgesloten.