Tot het laatste moment de regie zelf in handen

In het algemeen ziekenhuis in Zutphen kwam Bas Ketelaars na zijn opleiding tot verpleegkundige terecht op de longziekte-oncologie afdeling. Of hij daar lang zou blijven, wist hij niet, want: “al die enge, kale mensen met chemotherapie, die soms ook nog doodgaan, dat lag mij niet.”
Inmiddels werkt hij er 22 jaar en kijkt hij heel anders tegen het leven aan. Naast zijn baan in het ziekenhuis, zet hij zich in deeltijd in voor de Levenseindekliniek.

Mooie balans
“Het werk voor het ziekenhuis en de Levenseindekliniek biedt mij een mooie balans”, vertelt de verpleegkundige. “In het ziekenhuis ontmoet ik veel mensen die zich aan het leven vastklampen en doorwillen, ook al raadt een arts verdere behandeling af. Ik ken een patiënt die alleen nog zijn hoofd kan bewegen. Als ik dan vraag: ‘Hoe gaat het?’ is het antwoord altijd: ‘Goed!’.  Bij de Levenseindekliniek is het vaak andersom. Dan heb ik te maken met iemand die in een vroeg stadium van een levensbedreigende ziekte besluit een behandeling niet aan te gaan.”

Bijzonder
Als ambulant verpleegkundige neemt hij voor de Levenseindekiniek deel aan het onderzoek naar de euthanasiewens en als dat leidt tot een euthanasieverlening is hij daarbij aanwezig. “De patiënt wordt vaak omringd door zijn naasten. Ik vind het bijzonder dat ik deelgenoot mag zijn van zo’n intiem moment.”

Nooit van gehoord
Enkele jaren geleden kon hij zich dat nog niet voorstellen. “In 2015 belde de Levenseindekliniek naar mijn leidinggevende in het ziekenhuis. Een patiënt van de Levenseindekliniek had speciaal naar mij gevraagd om het infuus aan te brengen dat nodig is om de euthanasie te verlenen. Ik had, dat moet ik tot mijn schande erkennen, nog nooit van de Levenseindekliniek gehoord. Ik vond het erg spannend om het infuus te gaan prikken. Waar moest ik het met de patiënt op zo’n laatste moment over hebben? Het gesprek ging echter heel gemakkelijk. Zo goed, dat ik gemaand werd op te schieten, omdat de patiënte nog wilde eten met de familie.”

Nerveus
Hij werd door de verpleegkundige van het ambulante team van de Levenseindekliniek benaderd of hij voor de instelling wilde komen werken. En dat deed Bas. “Mijn eerste euthanasie was heel bijzonder. Ik was nerveus. De arts waar ik mee samenwerkte, zei: ‘Dat ben ik ook altijd.’ Bij binnenkomst in de woning lag de patiënt op bed. De familie was in de woonkamer klassieke muziek aan het luisteren. Er heerste een fijne sfeer. De patiënt maakte tot op het laatste moment grapjes. Toen hij euthanasie kreeg, verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht en knipoogde hij naar mij. Hij had tot het laatste moment de regie zelf in handen.”

Niets engs aan
Bas heeft inmiddels de nodige ervaring opgedaan. “Ik vind het fantastisch werk”, zegt de verpleegkundige enthousiast. “Aan euthanasie is niets engs. Ik ben blij dat we een Euthanasiewet hebben en dat er goed getoetst wordt. Binnen een team werken we altijd zorgvuldig en zijn we scherp op elkaar. Want iedere patiënt is een individu en geen casus is hetzelfde, ook al zijn de klachten dat wel. Dat maakt dit werk juist zo fascinerend.”