Artsen nóg behoedzamer uit angst voor vervolging

Voor het eerst sinds de oprichting van de Levenseindekliniek stabiliseert het aantal euthanasieverzoeken. Het aantal ingewilligde hulpvragen daalt. Uit angst voor strafrechtelijke vervolging zijn artsen nóg behoedzamer geworden.

Nadat de Levenseindekliniek jaar op jaar beduidend meer hulpvragen ontving, is er sinds januari 2017 sprake van een stabilisatie. In 2018 werd slechts drie procent meer hulpvragen (2.564) ontvangen dan in 2017 (2.487). Het aantal hulpvragen per maand schommelt nu al geruime tijd tussen tweehonderd en tweehonderddertig. Blijkbaar is dit de omvang waarvoor de Levenseindekliniek nodig is. Door verdere vergrijzing kan nog een toename optreden, maar deze wordt niet meer in dezelfde mate verwacht als in voorgaande jaren.

Extra gesprekken

In 2018 was er voor het eerst sprake van een lichte daling van het aantal ingewilligde euthanasieverzoeken: zevenhonderdzevenentwintig versus zevenhonderdzevenenveertig in 2017. Het is opvallend dat dit gebeurt bij een lichte toename van het aantal hulpvragen. De angst voor strafrechtelijke vervolging leidt tot nóg meer behoedzaamheid. Artsen van de Levenseindekliniek kiezen voor extra gesprekken en/of een extra beoordeling. Er wordt meer tijd aan het daarvoor ook al zorgvuldige proces besteed. Ook (huis)artsen in het land zijn behoedzamer geworden. Ze doen eerder een beroep op een consulent euthanasie van de Levenseindekliniek. “Huisartsen die al meerdere keren zelfstandig euthanasie verleenden, kloppen nu bij ons aan”, zegt bestuurder Steven Pleiter.

 Complexe problematiek

De Levenseindekliniek wordt vooral gevonden wanneer er sprake is van zeer complexe problematiek – in relatie tot het euthanasieverzoek. Euthanasieverzoeken op grond van dementie, psychiatrie en stapeling van ouderdomsaandoeningen vormden ook in 2018 een groot deel van de hulp: vijfenveertig procent van de verzoeken en tweeëndertig procent van de ingewilligde verzoeken.

Het aantal patiënten met (terminale) kanker steeg van achttien procent in 2017 naar twintig procent in 2018. Ook bij de ingewilligde verzoeken neemt deze groep toe van vierentwintig procent in 2017 naar zesentwintig procent in 2018. De Levenseindekliniek ontvangt de hulpvragen van deze patiënten vaak in een laat stadium, waardoor het een enorme uitdaging is om te kunnen helpen. Dit blijkt vooral in vakantieperioden als – net als in huisartsenpraktijken – een beperkt aantal zorgverleners beschikbaar is.

 Meer ambulante teams

In de tweede helft van 2017 en de eerste helft van 2018 is intensief campagne gevoerd voor de werving van artsen en verpleegkundigen, met name in onderbezette regio’s. Hierdoor steeg het aantal ambulante teams van negenenvijftig in 2017 naar achtenzestig in 2018. Honderdzesendertig zorgverleners, verspreid over Nederland, verlenen nu gespecialiseerde euthanasiezorg bij hulpvragers thuis.
Het beperkte aantal psychiaters (acht) blijft een aandachtspunt. Dit specialisme is – in vergelijking met het aantal hulpvragen gebaseerd op psychisch lijden – nog steeds ondervertegenwoordigd.

 Consulent euthanasie

In 2018 begeleidden consulenten euthanasie van de Levenseindekliniek honderdzeventien euthanasieverzoeken. Behalve drieëntachtig procent huisartsen verzochten ook psychiaters (negen procent) en specialisten ouderengeneeskunde (zeven procent) om deze hulp. Vooral de toename van het aantal psychiaters (verdubbeling t.o.v. 2017) is opvallend. De trajecten waarbij een consulent euthanasie de behandelend arts assisteert betroffen vooral de complexere hulpvragen: vierenzestig procent psychiatrie, dementie en een stapeling van ouderdomsaandoeningen.