Levenseindekliniek gaat opgebouwde expertise delen

Het Expertisecentrum Euthanasie van de Levenseindekliniek gaat met een ambitieus nascholingsaanbod haar opgebouwde expertise delen. Zo wil zij steeds meer behandelaars in staat stellen zelf een euthanasieverzoek op te pakken. Het centrum biedt dit jaar voor het eerst de module Euthanasie in de praktijk aan. Zij breidt het aantal nascholingen voor euthanasie bij dementie uit. Daarnaast ontwikkelt het expertisecentrum modules voor euthanasie bij psychiatrie, stapeling van ouderdomsaandoeningen en wilsonbekwaamheid, die mogelijk later dit jaar worden aangeboden.

Fors uitbreiden
“We hebben de afgelopen jaren veel deskundigheid op het gebied van euthanasie opgebouwd”, zegt bestuurder Steven Pleiter. “Door het aantal nascholingen in heel het land fors uit te breiden en meer modules aan te bieden, kunnen we die expertise breed delen. We gaan uit van zo’n dertig sessies in 2018.”
De docenten die de modules geven, zijn ervaren artsen van de Levenseindekliniek, getraind door (emeritus) hoogleraar huisartsgeneeskunde Theo Voorn. In één dagdeel krijgen de deelnemers inzicht en praktijkkennis, zodat zij goed voorbereid met een vraag om euthanasie kunnen omgaan.

Nuanceren en aanscherpen
Euthanasie in de praktijk richt zich op artsen die weinig of geen ervaring hebben met het verlenen van euthanasie. Hoe ga je om met zo’n indringend verzoek? Wat komt er allemaal bij kijken? En wanneer mag een euthanasieverzoek wel en wanneer niet ingewilligd worden? Het zijn vragen die de ervaren docenten van het Expertisecentrum Euthanasie helpen beantwoorden.
Bij de module Euthanasie bij dementie komen de specifieke aandachtspunten bij beginnende en bij gevorderde dementie aan bod. Artsen brengen met deze nascholing hun kennis over de wettelijke kaders bij dementie up to date en kunnen dankzij de feitelijke en praktische informatie hun mening en houding voor dit thema nuanceren èn aanscherpen.

Geaccrediteerde scholing
Beide modules zijn met vier punten geaccrediteerd. De Levenseindekliniek heeft geen winstoogmerk en is in staat de modules voor een aantrekkelijk tarief aan te bieden dankzij financiële ondersteuning van onder andere het Innovatiefonds Zorgverzekeraars en de stichting Vrienden van de Levenseindekliniek.
Kijk voor meer informatie op www.expertisecentrumeuthanasie.nl/nascholing.

 

Beleidsvoornemens op bijzondere wijze gepubliceerd

De Levenseindekliniek heeft een bijzondere manier gevonden om haar beleidsvoornemens voor 2018 te publiceren. Zij biedt de informatie via haar website aan in een toegankelijke en overzichtelijke structuur. Binnenkort voegt de Levenseindekliniek ook het jaarverslag 2017 hieraan toe. Zo krijgt de lezer eenvoudig een beeld van wat de instelling op een bepaald onderwerp het afgelopen jaar heeft gedaan en wat haar plannen op dat gebied zijn voor de komende tijd.

De beleidsvoornemens 2018 staan vooral in het teken van continuïteit van de zorg, het managen van de groei van de organisatie door de toename van het aantal hulpverzoeken en het uitbreiden van de ondersteuning aan artsen, zodat steeds meer behandelaars zelf een euthanasieverzoek in behandeling kunnen nemen.

 

 

OM start strafrechtelijk onderzoek in vier euthanasiegevallen

Het Openbaar Ministerie (OM) is vier strafrechtelijke onderzoeken gestart naar mogelijk strafbare euthanasie door artsen. Of het OM tot vervolging overgaat moet nog uit deze onderzoeken blijken. Alhoewel wij ons zorgen maken over de impact die deze onderzoeken op de betreffende artsen hebben, realiseren wij ons dat de rol van het OM in deze gevallen wettelijk is verankerd.

De Levenseindekliniek heeft vandaag kennis genomen van het bericht dat het Openbaar Ministerie (OM) heeft besloten om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar vier euthanasiegevallen. In alle vier gevallen had een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) geoordeeld dat niet aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen werd voldaan. In twee van deze gevallen gaat het om één arts van de Levenseindekliniek.

In de Nederlandse euthanasiewet heeft het OM een plek. Namelijk om nader onderzoek te doen als een RTE besloten heeft dat niet aan alle zorgvuldigheidseisen werd voldaan. Die plek respecteren wij, en de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd heeft een soortgelijke taak.

Het valt op dat er op één dag vier onderzoeken gestart worden. In de eerste vijftien jaren dat de euthanasiewet in Nederland wordt toegepast, ging het OM nooit tot strafrechtelijk onderzoek over, terwijl dat nu binnen één jaar vijf keer gebeurt. In mei 2017 gaf het OM al aan dat zij haar werkwijze ging aanscherpen en daar is dit een vervolg op.

Voor artsen die naar eer en geweten een euthanasieverzoek onderzoeken en uitvoeren is de impact van zo’n strafrechtelijk onderzoek enorm. Ieder euthanasieverzoek vraagt veel van de arts en verpleegkundige die dit werk namens de Levenseindekliniek doen. Zij zoeken voortdurend naar de balans tussen juridische en medisch-ethische afwegingen, in het belang van een ondraaglijk en uitzichtloos lijdende patiënt.

De twee gevallen van de Levenseindekliniek die vandaag genoemd worden, zijn zeer zorgvuldig door het team en later door collega’s van de Levenseindekliniek beoordeeld. Wij zijn er van overtuigd dat de betreffende patiënten euthanasie wilden en binnen de wettelijke normen geholpen konden worden. Van de beoordeling door de RTE leert de Levenseindekliniek en dit helpt ons om onze werkwijze nog verder te verbeteren.

Lex van Waning Bolt: “Helpen als het leven niet meer leefbaar is”

Lex van Waning Bolt heeft in de 32 jaar dat hij nu huisarts is mensen begeleid “van de wieg tot het graf”. Naast zijn praktijk is hij actief als arts voor de Levenseindekliniek. “Als het leven niet meer leefbaar is, kun je mensen helpen door het te doen ophouden.”

Praktisch al vanaf het begin van het ontstaan van de Levenseindekliniek is hij bij onze stichting betrokken. “Euthanasie hoort bij het leven”, vertelt hij. “Toen ik hoorde dat de Levenseindekliniek nodig was, omdat mensen nergens anders met hun hulpvragen terecht konden, heb ik mij gelijk aangemeld. Ik had het in mijn eigen praktijk heel druk, maar vond en vind dat je mensen die op dit punt in hun leven zijn aangekomen niet aan hun lot mag overlaten.”

Verbinding

Dat hij het werken voor de Levenseindekliniek naast zijn eigen praktijk kon doen, was voor hem een pré. “Het mooiste van dit werk is de verbinding die je onmiddellijk met een patiënt hebt. Het gaat niet over koetjes of kalfjes; je praat over de behandeling die gaande is en over de euthanasiewens. Het zijn vaak heel indringende gesprekken. Het is namelijk nogal wat iemand te vragen waarom het leven hem niet meer lief is.”
De opluchting bij patiënten als het euthanasieverzoek wordt gehonoreerd is kenmerkend. “De druk is eraf. Ze hoeven niet meer te strijden.”

Artsen begeleiden

“Artsen denken vaak dat euthanasie ingewikkeld is”, vervolgt hij. “En als je het in je praktijk niet vaak tegenkomt, kan het inderdaad lastig zijn om te weten wat de regels precies zijn. Dan lijkt het soms makkelijker mensen door te sturen naar de Levenseindekliniek. Toch is dat niet altijd nodig. Bij elk dossier ga ik het gesprek met de huisarts aan om te vragen of hij of zij de hulpvraag niet liever zelf oppakt. Vanuit het Expertisecentrum Euthanasie van de Levenseindekliniek kunnen we daarin begeleiden. En dat doen we graag.”

Eenvoudig en niet makkelijk

‘Bij de behandelend arts lijkt drempelvrees te bestaan voor relatief eenvoudige euthanasieaanvragen’, schrijft Sytske van der Meer in een opiniërend artikel in Medisch Contact nummer 4. De redactie haalt de zin uit de inleiding en maakt er een kop van: ‘Onterechte huiver voor relatief eenvoudige euthanasieaanvragen.’ Een kop die de aandacht trekt.

Hoofdredacteur Hans van Santen van Medisch Contact reageert in hetzelfde nummer met een column op het woord ‘eenvoudig’. Ook KNMG-voorzitter René Héman geeft zijn mening op de website van de KNMG. ‘Ik geloof niet dat er eenvoudige euthanasievragen bestaan’, schrijft hij. Op Twitter barst vervolgens een discussie los, waarbij het dan wel gaat over het inwilligen van de euthanasie door de arts dan wel over het aanvragen van euthanasie door de patiënt.

Het is jammer dat de zin van het artikel van Sytske van der Meer uit zijn verband is getrokken en dat over de essentie van het artikel nauwelijks wordt gesproken. Waar het om gaat, is dat we er vanuit de Levenseindekliniek fervent voorstander van zijn dat casus die duidelijk aan de wettelijke zorgvuldigheidscriteria voldoen – in het artikel aangeduid als ‘relatief eenvoudige euthanasieaanvragen’ – door de eigen arts worden opgepakt. Daarover zijn we het met René Héman volledig eens. Sytske van der Meer laat in het artikel met voorbeelden zien om wat voor soort casus het naar haar mening gaat.
Dat een euthanasieaanvraag voor de patiënt en een euthanasieverlening voor de arts niet makkelijk is, mag duidelijk zijn. Daar weten we bij de Levenseindekliniek alles van.