Levenseindekliniek ziet belangrijke les in oordelen RTE

De Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) heeft recentelijk een drietal oordelen in relatie tot artsen van de Levenseindekliniek gepubliceerd. Daarbij is in twee casus geoordeeld dat deze niet aan alle zorgvuldigheidscriteria van de Euthanasiewet voldoen; de derde casus voldoet daar wel aan. In alle drie de zaken betreft het een hulpvrager met een psychiatrische achtergrond. “Wij zijn overtuigd van het ondraaglijk en uitzichtloos lijden van alle drie de hulpvragers”, zegt bestuurder Steven Pleiter van de Levenseindekliniek. “De RTE is bij twee casus tot een ander oordeel gekomen. Op basis van de nadere uitwerking van het begrip ‘grote behoedzaamheid’ passen wij onze werkwijze aan, zodat de kans op herhaling wordt geminimaliseerd.”

De hulpvragers uit betreffende casus waren wilsbekwaam en hadden een vrijwillig en weloverwogen verzoek, zoals de wet dit voorschrijft. Ook waren zij voldoende voorgelicht over de consequenties van hun verzoek. Tenminste twee andere, onafhankelijke artsen waren geraadpleegd en de euthanasie werd medisch zorgvuldig uitgevoerd. Op basis van de verslagen van enerzijds een onafhankelijk psychiater en anderzijds de SCEN-artsen heeft de RTE geoordeeld dat niet is voldaan aan de eis ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’. Het verslag van de onafhankelijk psychiater in één casus was te summier en gaf geen blijk van gedegen onderzoek. Het team van de Levenseindekliniek had dit onderzoek opnieuw moeten laten uitvoeren. In de andere casus was weliswaar sprake van ondraaglijk lijden, maar was de vraag of het ook uitzichtloos was.

Behoedzaamheid

“Wij betrachten grote behoedzaamheid als het gaat om euthanasie bij hulpvragers met een psychiatrische achtergrond”, reageert bestuurder Steven Pleiter. “Door de complexiteit die deze aandoeningen met zich meebrengen, kunnen wij gemiddeld slechts een kleine tien procent van de verzoeken van mensen met een psychiatrische achtergrond inwilligen. Wat wij van de oordelen van de RTE leren, is het belang van de goede kwaliteit van de verslagen van onafhankelijk deskundigen. Uit piëteit met de patiënten zijn onze teams soms terughoudend om hen nogmaals aan een onderzoek van een onbekende arts bloot te stellen. Vanuit de Levenseindekliniek moeten wij onze medewerkers daar beter in begeleiden. Als er ook maar enige twijfel is over de schriftelijke onderbouwing van de bevindingen van onafhankelijk deskundigen, moeten wij aangeven dat het onderzoek moet worden overgedaan.”

Extra beslismoment

Naar mening van de RTE hadden de medewerkers van de Levenseindekliniek ook het naast zich neerleggen van een negatief SCEN-advies beter moeten onderbouwen of een tweede SCEN-arts moeten raadplegen. Steven Pleiter: “Wij hadden in één van de casus ervoor kunnen kiezen om een SCEN-arts gespecialiseerd in psychiatrie naar de zaak te laten kijken. Dan waren de bevindingen mogelijk anders geweest. Wij werken zo zorgvuldig mogelijk en betreuren het dat onze procedures niet hebben voorkomen dat de RTE oordeelt zoals zij heeft gedaan. Voor ons is dit aanleiding geweest om aanvullende maatregelen te nemen. We hebben voor complexe zaken een extra reflectie- en beslismoment ingebouwd, waarbij een team van onder meer een psychiater die niet bij de zaak betrokken is, een deskundige op het gebied van ethische en zingevingsvraagstukken en een jurist kijkt naar zaken waar onduidelijkheden over zijn. Pas na een positief oordeel van dit team, kan een arts van de Levenseindekliniek tot uitvoering van de euthanasie overgaan.”

Onderzoek

Oordelen van de RTE die inhouden dat een arts niet aan alle zorgvuldigheidscriteria van de Euthanasiewet heeft voldaan, worden ter kennis gebracht van het Openbaar Ministerie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De Levenseindekliniek staat achter haar medewerkers en wacht verdere ontwikkelingen af.

Wilsverklaring van nut bij dementie?

Na een uitspraak vorige maand van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg over een euthanasieverlening bij een demente vrouw worden veel vragen gesteld over het nut van de wilsverklaring. Voor de wet is een wilsverklaring alleen nodig als iemand zelf niet meer in staat is aan te geven dat hij euthanasie wil. In het document moet de hulpvrager zo concreet mogelijk beschrijven wanneer hij voor euthanasie in aanmerking wil komen. En dan nog is de verklaring geen garantie dat aan deze wens kan worden voldaan. Zeker niet waar het dementie betreft.

Euthanasie bij dementie is een ingewikkeld onderwerp dat veel vragen oproept. Zodra het gaat om gevorderde dementie, waarbij iemand niet meer wilsbekwaam is, wordt het voor een arts heel moeilijk een euthanasieverzoek in te willigen, ook al is er een wilsverklaring waarin staat dat de hulpvrager in die situatie voor euthanasie in aanmerking wil komen. “Er moeten tekenen zijn van ondraaglijk lijden en dat hoeft niet altijd het geval te zijn”, legt Steven Pleiter, bestuurder van de Levenseindekliniek, uit. “Ook kan het zijn dat iemand met dementie door persoonlijkheidsverandering niets meer weet van zijn of haar levenseindewens. Als deze patiënt dan aangeeft dat hij geen euthanasie wil, mag een arts dat ook niet verlenen.”

De wilsverklaring is daarmee echter geen overbodig instrument. “Het helpt mensen om heel bewust na te denken over wanneer zij euthanasie willen en is een handvat om hun wensen te bespreken met hun naasten en met hun arts. Ook laat een wilsverklaring zien, dat de euthanasiewens al langere tijd bestaat en geen opwelling is. Het is goed de wilsverklaring regelmatig te bevestigen.”

Als het om dementie gaat, adviseert de Levenseindekliniek mensen tijdig het gesprek aan te gaan met hun behandelaar. Steven Pleiter: “Patiënt en arts moeten samen op zoek naar het juiste moment, waarbij een euthanasieverzoek niet te vroeg wordt ingewilligd en zeker niet te laat. Is iemand eenmaal wilsonbekwaam dan wordt het ondanks een wilsverklaring bijzonder complex om nog euthanasie te kunnen verlenen.”

Berisping arts toont complexiteit euthanasie bij gevorderde dementie

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag heeft vandaag een berisping gegeven aan een arts die euthanasie heeft verleend aan een wilsonbekwame patiënte met dementie. Het college oordeelde dat de schriftelijke wilsverklaring tegenstrijdigheden bevatte en daarom niet meegewogen kon worden in de beoordeling door de arts. Ook vond het college dat de arts ondanks dat de patiënte niet wilsbekwaam was, had moeten proberen de uitvoering van de levensbeëindiging van tevoren met haar te bespreken.

Steven Pleiter, bestuurder van de Levenseindekliniek, noemt de maatregel heftig. “Ik ben ervan overtuigd dat de arts gehandeld heeft vanuit de behoefte om een patiënte te helpen die in een situatie verkeerde waarin zij niet wilde zijn.”
Volgens het tuchtcollege sprak ten gunste van de arts haar open en toetsbare houding en het uitgebreide onderzoek dat zij had gedaan voorafgaand aan de euthanasie.
Steven Pleiter: “Voor ons maakt deze uitspraak nog eens extra duidelijk hoe complex euthanasie bij gevorderde dementie is. Zodra iemand met dementie niet meer wilsbekwaam is, wordt het inwilligen van een euthanasieverzoek bijna onmogelijk.”

De Levenseindekliniek werkt zorgvuldig, binnen de kaders van de wet. Zij volgt deze juridische ontwikkelingen op de voet om te bepalen of zij haar werkwijze nog verder kan aanscherpen.
“De euthanasiewet in Nederland functioneert uitstekend”, aldus de bestuurder. “In 99,8% is een toetsingscommissie net als de arts van mening dat er zorgvuldig wordt gewerkt. Euthanasie bij mensen die niet meer wilsbekwaam zijn, vormen een uitzondering. Met deze zaak wordt nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is dat mensen met een euthanasiewens bij dementie op tijd met hun arts hierover spreken en dat ook artsen open en tijdig met patiënten praten over het levenseinde.”

Symposium Euthanasie als behandeloptie bij psychisch lijden

In hoeverre is euthanasie een behandeloptie bij psychisch lijden? Over deze vraag buigen sprekers en deelnemers aan het symposium ‘Euthanasie als behandeloptie bij psychisch lijden’ zich op 11 oktober a.s.. Dit wetenschappelijk congres wordt georganiseerd door de NVVE met medewerking van de Levenseindekliniek en vindt plaats in het Cultuur- en Congrescentrum Antropia in Driebergen.

Over euthanasie bij psychisch lijden is veel discussie binnen de psychiatrie. In hoeverre is de patiënt wilsbekwaam? Wanneer is er sprake van uitzichtloos lijden?
Het symposium biedt psychiaters, psychiaters in opleiding, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen en klinisch psychologen ruimte om hun mening te vormen, aan te scherpen of te onderbouwen met kennis van een uiteenlopend scala van deskundigen.

Tussen 9.00 en 16.30 uur komen gerenommeerde sprekers aan het woord:

Psychiater Paulan Stärcke

  • Filosoof en psychiater Damiaan Denijs;
  • Hoogleraar filosofie en medische ethiek Guy Widdershoven;
  • Lid van het college van procureur generaals Rinus Otte;
  • Voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Jacob Kohnstamm:
  • Psychiaters van de Levenseindekliniek Paulan Stärcke en Gerty Casteelen;
  • Jurist en hoogleraar gezondheidsrecht John Legemaate;
  • Voorzitter Richtlijncommissie Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis Cecile Gijsbers van Wijk;
  • Psychiater Cornelis van Houwelingen;
  • Filosoof Awee Prins.

Dagvoorzitter is radio- en televisiepresentator Lex Bohlmeijer. Geïnteresseerden kunnen voor meer informatie terecht op: https://euthanasiebijpsychischlijden.nl.

Arts Levenseindekliniek aan de slag in de nadagen van zijn carrière

“Ik ben niet zo’n snijder”, zegt gepensioneerd huisarts Dick Brouwer. “Mijn interesse ligt meer bij het praten met mensen.” Toen de euthanasiewet van kracht werd, meldde hij zich aan als SCEN-arts. Sinds 2015 zet hij zich ook in voor de Levenseindekliniek.

Dat collega’s wisselend over euthanasie denken, is voor hem geen probleem. “Niet iedereen zit hetzelfde in elkaar. Ik heb geen oordeel als iemand niet kan slapen vanwege een euthanasie. Ik zie het zelf als een soort barmhartigheid in de laatste fase van iemands leven.”

Bij de begeleiding tijdens het euthanasietraject ontstaat er een vertrouwensband met de betreffende patiënt en zijn of haar omgeving. “Het is een intensief proces, dat veel voldoening geeft”, vertelt Dick Brouwer.

De Levenseindekliniek werkt met ambulante teams, een arts en een verpleegkundige, die worden ingezet in de regio waar zij wonen of professioneel actief zijn. Als hij een casus krijgt toegewezen, checkt Dick Brouwer hoe de behandelend arts tegenover euthanasie staat. “Soms is iemand onvoldoende met de materie bekend en zorgt dit voor een doorverwijzing naar de Levenseindekliniek. Het is echter veel handiger als een huisarts zelf de aanvraag oppakt. Hij, of zij, kent de patiënt en hoeft niet alle bezoeken te doen die wij nu doen. De formulieren zijn niet zo heel ingewikkeld en de Levenseindekliniek kan daarbij helpen. Nu moeten mensen vaak onnodig langer wachten en dat zorgt voor een extra belasting van de patiënt.”

Om aan het groeiende aantal hulpvragen tegemoet te kunnen komen, is de Levenseindekliniek met name in Zuid-Holland op zoek naar artsen en in heel het land naar psychiaters. Naar mening van Dick Brouwer moet degene die zich voor de Levenseindekliniek inzet wel gewend zijn om met deze categorie patiënten om te gaan en bij voorkeur ook enige ervaring met euthanasie te hebben. “Je kunt dit werk goed doen in de nadagen van je carrière. Ik was een jaar met pensioen toen ik voor de Levenseindekliniek aan de slag ging. De hele dag thuis moeten genieten van je vrijheid voelt uiteindelijk ook als een soort werken”, besluit hij met een lach.