Congres complexe euthanasie

congres 2016

Euthanasie bij voltooid leven, dementie en psychisch lijden: de 350 mensen die 17 maart het congres ‘Complexe euthanasie’ bijwoonden kregen een aardig inkijkje in de complexiteit van de verzoeken waarmee de Levenseindekliniek te maken heeft. Verzoeken die steeds vaker hun weg naar de Levenseindekliniek vinden: in 2015 deden 1234 mensen een euthanasieverzoek, 365 keer werd dat ingewilligd. Een groot deel daarvan viel in die drie hierboven genoemde categorieën.

Hieronder de presentaties van de sprekers:
Opening – Steven Pleiter
Spoedeuthanasie – Lous Konijnenberg
Complexe euthanasie in de psychiatrie – Gerty Casteelen
Voltooid leven vs. Multiple ouderdomsklachten – Steven Pleiter

In 2014 werden er 232 van de in totaal 1035 verzoeken gehonoreerd. Die stijging wijkt af van het landelijke beeld, vertelde voorzitter Sjef Gevers van de regionale toetsingscommissie euthanasie Zuid-Holland en Zeeland. Bij de RTE’s groeide het aantal meldingen met minder dan 5 procent. Voorgaande jaren was dat meestal boven de tien procent.

Directeur Steven Pleiter benadrukte nog eens dat de Levenseindekliniek die grote groei alleen het hoofd kan bieden is als de financiële middelen daarin voorzien. Nog steeds wordt een kwart van de kosten voor euthanasie niet vergoed door de zorgverzekeraars. ‘We doen er alles aan om dit volledig vergoed te krijgen. Lukt dat niet, dan zullen we dat dit najaar nadrukkelijk kenbaar maken’, voorspelde hij.

Hoe nodig de zorg van de Levenseindekliniek is bleek uit de bijdrage van zorgmanager Lous Konijnenberg. Steeds vaker komen patiënten binnen die binnen een of twee weken euthanasie moeten krijgen. In 2015 gebeurde dat 58 keer. Patiënten zijn dan meestal al zo ziek dat ze nauwelijks nog hun euthanasiewens kunnen herhalen. Het gevolg is dat razendsnel gehandeld moet worden en medewerkers andere verzoeken moeten laten liggen.

Directeur KNMG | Giliam Kuijpers

Directeur KNMG | Giliam Kuijpers

Directeur beleid van artsenfederatie KNMG Giliam Kuijpers riep artsen daarom op geen valse verwachtingen te wekken: ‘Start de procedure niet als je eigenlijk niet wilt meewerken aan euthanasie’. Ze noemde het moreel en professioneel verplicht om tijdig door te verwijzen naar collega’s die wel euthanasie willen geven. Artsen zouden ook bij zichzelf te rade moeten gaan hoe ze zich tot sterven en dood verhouden en in ieder geval tijdig met de patiënt daarover moeten praten.

Gerty Casteelen, psychiater van de Levenseindekliniek, vertelde hoe ze had geworsteld met de euthanasie aan een psychiatrische patiënt. Een onafhankelijk psychiater had euthanasie afgewezen: elektroshocks, gedragstherapie en intensieve behandeling konden nog worden geprobeerd. Casteelen ging af op haar intuïtie, op wat ze omschreef als ‘het professionele weten’. Ze stelde de patiënte voor de denkbeeldige juffrouw die haar het leven zuur maakte te euthanaseren. Volgens de patiënte was dat onmogelijk. Een SCEN-psychiater oordeelde dat de patiënt euthanasie kon krijgen, maar eerst een bepaalde medicijnspiegel moest hebben bereikt. Waarop Casteelen las over patiënten die na een combinatie van dit medicijn met elektroshocks weer verder konden. ‘Maar dat was in de beleving van de patiënte marteling. Zelfs haar eigen behandelaar riep op daarvan af te zien, omdat ze dat niet aan zou kunnen. En die was tegen euthanasie’.

v.l.n.r. Constance de Vries | Guy Widdershoven | Bert Keizer en Lex Bohlmeijer

v.l.n.r. Constance de Vries | Guy Widdershoven | Bert Keizer en Lex Bohlmeijer

Artsen van de Levenseindekliniek Constance de Vries en Bert Keizer en hoogleraar ethiek Guy Widdershoven bogen zich over euthanasie bij dementie. Rode lijn: euthanasie bij iemand die wilsonbekwaam is kan niet. De Vries vertelde over onderzoek waaruit bleek dat geen van de 26 wilsonbekwame dementerenden die tot maart 2015 waren aangemeld bij de Levenseindekliniek euthanasie hadden gekregen. Terwijl het volgens de wet op basis van de schriftelijke wilsverklaring wel zou kunnen.

Congresbezoeker Ton Schijvenaars hield de drie voor dat ze, door geen euthanasie te geven, familieleden van gevorderd dementerenden dwingen zelf te handelen. ‘U dwingt mij iets te doen wat ik als zoon van een demente vader eigenlijk niet wil’. Bert Keizer antwoordde hem dat zijn vader ook zijn eigen dood kan regelen middels zelf-euthanasie.

Wim Venekamp, arts van de Levenseindekliniek, vertelde over het voltooide leven van zijn ouders. ‘Voltooid leven moet je eigenlijk zien als onvoltooid lijden’, vond Venekamp. Betty Meyboom-de Jong, lid van de Adviescommissie Voltooid Leven, noemde dat ‘een mooie omschrijving’. Ze herhaalde nog eens dat de huidige euthanasiewet voldoende ruimte biedt voor euthanasie aan mensen die hun leven voltooid achten. Het aantal mensen dat geen medische aandoening heeft en toch dood wil is klein, meende ze, maar toen werd gevraagd waaruit dat blijkt bleef ze het antwoord schuldig. Op de roep om meer onderzoek daarnaar ging ze niet in. ‘Ik vind dat vooral onderzoek gedaan moet worden naar de vraag: hoe ontstaat die doodswens van mensen die hun leven voltooid achten?’

Petra Smaal en Gerard Baltus, verpleegkundigen, werden door dagvoorzitter Lex Bohlmeijer geïnterviewd over hun werk als consulent euthanasie. Daarin staan ze artsen bij die wel euthanasie willen geven, maar daarvoor terug schrikken door bijvoorbeeld gebrek aan ervaring. Huisarts Roland van Roosmalen, een van de 58 artsen die zo werden begeleid, vertelde hoe waardevol hij die steun gevonden had. Behalve de consulent euthanasie is voor dergelijke begeleiding ook de buddy beschikbaar, een arts die eventueel het euthanasieverzoek over kan nemen. Sinds kort is er ook nascholing beschikbaar voor artsen, die zo beter voorbereid een euthanasieverzoek aan kunnen gaan.

Het congres werd afgesloten door Maarten van Rossem. Hij hield zijn gehoor voor het vooral op een zuipen en roken te zetten, om zo een hoge leeftijd te vermijden. Anders dreigt, zei hij, ‘het meest concrete voorbeeld van de hel op aarde, het verpleeghuis’.

Download hier de congresreader.