Euthanasie bij psychiatrie

De meningen over euthanasie bij psychiatrie zijn sterk verdeeld. De Levenseindekliniek vindt dat een psychiatrisch patiënt – net als een patiënt met lichamelijke klachten – zodanig ziek kan zijn dat er geen mogelijkheden meer zijn om het lijden te verlichten. We kunnen ons voorstellen dat iemand dan een doodswens heeft. Euthanasie bij psychiatrie blijft echter een bijzonder ingewikkeld terrein, waar we met extra behoedzaamheid moeten werken, omdat er zoveel valkuilen zijn. Sommige psychiatrische aandoeningen kunnen bijvoorbeeld de wilsbekwaamheid beïnvloeden of suïcidaliteit veroorzaken. Niet voor niets wordt in dit euthanasietraject naast het advies van een SCEN-arts ook om een second opinion van een onafhankelijk psychiater gevraagd. Om euthanasie te mogen verlenen, moet vaststaan dat de hulpvrager wilsbekwaam is en dat er geen redelijke behandelmogelijkheden meer zijn.

Eigen behandelaar

De Levenseindekliniek vindt het belangrijk dat met een psychiatrisch patiënt met een euthanasiewens het gesprek wordt aangegaan; liefst door de eigen behandelaar. Wij weten uit ervaring dat door de mogelijkheden te bespreken de patiënt soms andere opties ziet dan levensbeëindiging. Wij motiveren de behandelaar dit gesprek te voeren en ondersteunen hem als hij zelf het traject wil oppakken.

Tweesporenbeleid

De Levenseindekliniek motiveert patiënten vaak een behandeling te ondergaan die de eigen behandelaar heeft aangeraden. Op die manier volgt de patiënt twee sporen: de behandeling en het euthanasietraject. Regelmatig pakt een patiënt dan de draad naar het leven weer op. We doen dit in nauwe samenspraak met de behandelaar.