Scholing

Achtergrond

De Levenseindekliniek is in 2012 opgericht met als doel om hulp te verlenen aan mensen die met hun euthanasiewens geen gehoor vinden bij hun behandelend arts.  Het blijkt dat artsen terugschrikken voor euthanasieverzoeken van mensen die lijden aan een ziekte, maar daar niet op afzienbare tijd aan zullen overlijden. Voorbeelden zijn patiënten met dementie, met somatische aandoeningen als CVA, ernstig longlijden, pijnsyndromen of een psychiatrische aandoening.

De Levenseindekliniek constateert dat de weigering in te gaan op een euthanasieverzoek veelal niet is gebaseerd op principiële, maar op praktische bezwaren. Dat blijkt uit de bereidheid van artsen om na overleg met en/of ondersteuning van de Levenseindekliniek zelf het euthanasieverzoek weer op te pakken. Een nascholingstraject voor huisartsen zal veel van de praktische redenen weg kunnen nemen.

Doel is huisartsen van voldoende inzicht en praktijkkennis te voorzien om zelf reguliere euthanasievragen aan te kunnen. Daardoor kunnen meer mensen terecht bij hun eigen arts. De secundaire doelstelling is dat de Levenseindekliniek zich dan kan concentreren op de complexe verzoeken, zoals hierboven beschreven.

Er wordt momenteel gewerkt aan meerdere modules van ieder 2 tot 3 uur. In iedere module komt een praktijkgeval uitgebreid aan de orde.

De volgende module is nu beschikbaar:

  • Dementie en euthanasie.
    Een veel voorkomend issue, waarbij de nadruk ligt op het vaststellen van de wilsbekwaamheid van de hulpvrager.
  • Schrijf nu in voor de “dementie en euthanasie” nascholing in maart 2017. Klik hier voor meer informatie.

De ontwikkeling van de volgende module is vergevorderd:

  • ‘Help een euthanasieverzoek!’
    Het gaat hier om de basiskennis die nodig is om een euthanasieverzoek te onderzoeken en uit te voeren.

Op de rol staan de volgende onderwerpen:

  • Psychiatrie en euthanasie.
    Lijden is niet alleen een lichamelijk, maar ook een geestelijk fenomeen. Veel artsen hebben daar moeite mee.
  • Ouderdom en euthanasie.
    Een opeenstapeling van ouderdomskwalen kan een situatie van ondraaglijk en uitzichtloos lijden tot gevolg hebben. De praktijk leert dat deze vaak moeilijk te beoordelen is.
  • U lijdt nog niet genoeg.
    Wanneer is lijden inderdaad ondraaglijk en uitzichtloos, zoals de wet dat vraagt.
  • U heeft geen terminale ziekte.
    Lijden kan ook ondraaglijk zijn voordat iemand in de terminale levensfase komt, hoe om te gaan met dit verschil.

Een vast onderwerp in iedere module is de praktische/medische uitvoering van een euthanasieverzoek. Welke middelen zijn beschikbaar, hoe te verkrijgen en hoe toe te dienen bij euthanasie cq hulp bij zelfdoding.

Iedere module begint met een casus. Deze wordt meestal audiovisueel gepresenteerd. Een videoregistratie van een gesprek tussen een hulpvrager en een arts waarbij de primaire hulpvraag indringend in beeld gebracht wordt (uiteraard m.b.v. acteurs). Daarmee kan in 10 à 15 minuten een indringende schets gegeven worden van een reële hulpvraag. Van de casus komt ook een beschrijving op papier.

De deelnemers aan de training bespreken dan in twee- of drietallen wat zij met deze hulpvraag zouden doen. Daarbij komen altijd twee opties aan bod: ‘Ga ik wel in op het verzoek en wat moet ik dan doen? Doe ik dit (nu) niet en wat dan als alternatief?’ Vervolgens worden de conclusies en inzichten die daaruit voortkomen uitgewisseld.

Tijdens de discussies en in de afsluitende presentatie wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan o.a. het maatschappelijke debat over euthanasie, de rol van bijvoorbeeld wilsverklaringen en wilsbekwaamheid, wat de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding erover zegt en wat dit in de praktijk betekent. Verder is er aandacht voor de mogelijkheden van consultatie van/advies door een SCEN-arts, gesprekstechnieken- en vaardigheden, verslaglegging en toetsing door de Regionale Toetsingscommissie.